Time on task: Leidt wekelijkse toetsing tot meer zelfstudietijd?

raymond fagelInterview met Raymond Fagel, docent bij de opleiding geschiedenis   

Raymond Fagel is coördinator van het propedeuseonderwijs en docent Algemene Geschiedenis van de Nieuwe Tijd of kortweg AGN. De nieuwe tijd beslaat de periode tussen 1450 en 1850. Het bijzondere in Leiden is dat die tijd niet uitsluitend vanuit Europees perspectief wordt bezien, maar vanuit een wereldwijde invalshoek. De eerste 12 weken van het studiejaar buigen de kersverse studenten geschiedenis zich over het handboek A History of Western Society. Tijdens de wekelijkse hoorcolleges gaan docenten vooral in op de grote lijnen, het handboek wordt behandeld tijdens de wekelijkse werkcolleges. 

Die goede oude tijd……..

voorbeeldvragen

 ‘Je moet weten wie Napoleon is om een dialoog over het absolutisme te kunnen voeren. En als je niet weet wie Rousseau is, is het moeilijk om over de Romantiek te discussiëren. Sinds de invoering van het studiehuis’, meent Fagel, ‘beschikken aankomende studenten nauwelijks nog over zulke parate kennis.Toch willen we tijdens de werkcolleges niet verzanden in het behandelen van feitenkennis. Het gaat binnen een wetenschappelijke studie immers om de verbanden en de structurele vragen.’ Het zelfstandig bestuderen van een Engelstalig handboek is een enorme kluif. Veel studenten hebben moeite met het scheiden van hoofd- en bijzaken. Dat blijkt wel uit de tentamenresultaten van de afgelopen jaren; met een slagingspercentage rond de 50% is de urgentie om in actie te komen groot.  

Studenten activeren door wekelijkse digitale toetsing
Maar wie moet er eigenlijk in actie komen? De studenten natuurlijk. De voorbereiding voor het werkcollege zou zo’n vier uur in beslag moeten nemen, maar dat halen de meeste studenten niet. Hoe kun je studenten verleiden om meer uren te besteden aan de voorbereiding en tegelijkertijd actiever te studeren? Wellicht door hun de mogelijkheid te bieden te toetsen wat ze van die zelfstudie opgestoken hebben. Wekelijks kunnen studenten thuis via Blackboard een toets maken over de bestudeerde stof. Ze loggen in op de werkgroepcourse en kunnen tot 24 uur voor het werkcollege hun feitenkennis testen onder de knop ‘opdrachten’. De toetsen staan twee weken open, zodat studenten ook vooruit kunnen werken. Na het invullen van de 20 meerkeuzevragen krijgen studenten feedback in de vorm van een eindscore. Maar ook de docent heeft een mooi overzicht en weet exact welke studenten achterblijven of verstek laten gaan. Tijdens het werkcollege kan hij studenten daar persoonlijk op aanspreken. Het is bovendien meteen helder welke vragen voor problemen zorgen. Die problemen stipt de docent bij de start van het werkcollege aan.  

de kosten
Binnen de projectsubsidie is een student-assistent aangesteld (twee maanden, een dag per week) die alle vragen in Blackboard heeft geplaatst. Via de knop ‘toetsbeheer’ heeft hij een toest toegevoegd aan elk hoofdstuk, vervolgens de vragen ingevoerd en aan elke vraag een score toegekend. Een docent is gedurende drie maanden een dag per week vrijgeroosterd om goede toetsvragen te construeren en is daarin geadviseerd door een ICLON-medewerker. Dat alles kan voor een bedrag rond de €4000. citaatfagel

de baten
De wekelijkse meerkeuzetoetsen zijn niet representatief voor het tentamen. Het risico bestaat dat studenten daar toch teveel op afgaan en verkeerde verwachtingen hebben van wat hen op het tentamen te wachten staat. Dat is wellicht de verklaring voor het tegenvallende resultaat van het deeltentamen. De resultaten waren niet significant beter dan afgelopen jaar. Of de studenten zelf enthousiast zijn over de wekelijkse toetsen, wordt pas duidelijk als de evaluatiegegevens binnen zijn. Op de vraag of Fagel iets merkt aan de participatie van studenten tijdens de werkcolleges, antwoordt hij: ‘De studenten zijn wel met de stof bezig geweest. Iedereen heeft wel een idee waar het over gaat. Helemaal niets doen, dat kan niet meer.’ 

Aanbeveling
Deze methode is goed bruikbaar voor andere opleidingen waar studenten in de propedeuse grote hoeveelheden stof moeten verwerken die niet allemaal tijdens hoor- en werkcolleges behandeld kan worden. Deze werkwijze wordt voortgezet bij het vak AGC, Algemene Geschiedenis van de Contemporaine Tijd, in het tweede semester.  

Het sluiten van de toetsen gebeurde nu automatisch 24 uur voor het college. Dat zou komend semester anders kunnen. Een docent heeft slechts een half uurtje nodig om de resultaten te bestuderen. Omdat collegetijden nogal verschillen (donderdagmiddag 15.00 uur), kan het effectiever zijn om de toetsen langer open te laten staan en de docent daar zelf afspraken over te laten maken met de werkgroepleden.  

Voor wie benieuwd is hoe het met de parate kennis gesteld is: twee keer is het juiste antwoordalternatief a.    

Be Sociable, Share!

3 thoughts on “Time on task: Leidt wekelijkse toetsing tot meer zelfstudietijd?

  1. Een artikel met een veelbelovende kop. Helaas wordt de kop niet helemaal uitgewerkt. Het is onduidelijk of de studenten voor hun inspanning ‘beloond’ worden (met een studiepunt bijvoorbeeld). Het zou mooi zijn als er een evaluatie zou worden gedaan naar de (toename) van bijvoorbeeld zelfstudietijd.

    Uit eigen ervaring weet ik dat dergelijk onderzoek heel moeilijk is (allerlei praktische problemen, communicerende vaten, goede studenten maken juist deze toetsen (terwijl het juist voor de ‘luie’ student bedoeld is. etc. etc.). Er is wel meer onderzoek gedaan naar het inzetten van dergelijke formatieve toetsen. Bij interesse van iemand zal ik dat eens nader opzoeken en posten.

    Meer aardige casussen zijn te vinden op:
    https://www.surfgroepen.nl/sites/flextoets/Shared%20Documents/Casussen.aspx

    Vriendelijke groeten,

    Silvester Draaijer

  2. De inhoud van het artikel is een weergave van het gesprek met de heer Fagel. Het doel van deze reeks docenteninterviews is toepassingen van ICT in het onderwijs te tonen. Dat laat onverlet dat het interessant is om de oorzaken van tegenvallende tentamenresultaten te achterhalen.

  3. Tip voor de volgende keer: citeer de geïnterviewde vaker. Nu is het voor mij als lezer niet duidelijk wat de geïnterviewde heeft gezegd en wat niet.

    Hoe het zij, hoe goed dit idee ook is bedoeld, misschien is het beter om te achterhalen waardoor de helft van de studenten voor dit tentamen niet slaagt.

    Zomaar aannemen dat het aan het aantal studieuren ligt, lijkt me te kort door de bocht.

    Zo kan het ook aan het tentamen liggen: sluit die aan op de stof? Hoe zit het met verwachtingenmanagement: weten studenten wat van hen op het tentamen wordt verwacht? Hoe zit het met de literatuur: is het boek zelf wel overzichtelijk? Wat van de docent: hoe geeft deze les? En ga zo maar door.

    Vervolgens is het ook een idee om eens een doelgroeponderzoek te doen. Welke redenen geven zij aan voor hun presteren? En waaraan hebben zij zelf behoefte? Zitten ze wel te wachten op een zelftentamen? Ik kan me zo voorstellen dat slechts een enkeling hier gebruik van maakt.

Leave a Reply