Inkijkje ‘Leidse keuken’

In de universiteit is de laatste tijd hard gewerkt aan een nieuw instellingsplan, een strategisch document dat de ambities van onze instelling weergeeft. Het nieuwe plan moet de opvolger worden van Kiezen voor talent, dat al weer enkele jaren geleden gepubliceerd is. Eén van de ambities in het nieuwe instellingsplan betreft de vergroting van ons marktaandeel. Met name voor onze masteropleidingen geldt dat we gemiddeld genomen graag meer studenten zouden willen zien instromen. Uit eigen land, maar vooral ook uit het buitenland.

 

Niet verrassend misschien is gaandeweg het idee ontstaan om de instroom van masterstudenten te helpen toenemen door gebruik te maken van e-learning. Kort samengevat komt het idee erop neer dat we potentiële studenten die onze universiteit gezocht of gevonden hebben op het web, vast een representatief maar voorlopig nog wel geheel virtueel kijkje in de Leidse keuken geven. De verwachting is dat potentiële Leidse studenten het aardig en nuttig vinden om vast op afstand, dus voor ze naar Leiden komen, aan den lijve te ondervinden wat voor onderwijs er hier te halen is. Hoe ziet het Leidse onderwijs eruit? Wie zijn onze coryfeeën? Waarom zou je nu juist voor een masteropleiding in Leiden kiezen? Op dit soort vragen moet onze wijdverspreide doelgroep online antwoord krijgen.

 

Het vergezicht is een collectief van masteropleidingen die alle door middel van een gratis toegankelijke introductiemodule online beproefd kunnen worden door geïnteresseerde studenten waar ook ter wereld die zich oriënteren op een vervolgstudie aan een toonaangevende universiteit in Europa. In eerste instantie echter willen we ons richten op een aantal geselecteerde masteropleidingen in onze universiteit, die met steun van het ICTO-consortium E-merge, de eerste online introductiemodules gaan opleveren.

 

Spannend? Jazeker, vooral omdat we tevoren niet precies kunnen vaststellen wat de effecten van deze modules zullen zijn. In het meest pessimistische scenario investeren wij nu in gratis toegankelijke modules die door ons onbekende studenten gevolgd worden om straks bij de buren verder te studeren. Maar ik prefereer een optimistische benadering. Laten we nu aan de slag gaan om kosteloos kwalitatief hoogwaardig onderwijsmateriaal aan te bieden aan individuele, aanvankelijk anonieme gebruikers die vervolgens besluiten om zich als student in te schrijven voor een masteropleiding van de Universiteit Leiden. Dát klinkt een stuk aangenamer, en wat mij betreft ook realistisch.

 

Bijdrage: Marc Dupuis

E-book readers

Vrijwel alle documenten die tegenwoordig worden gebruikt in onderwijs en onderzoek zijn digitaal beschikbaar, maar toch wordt nog veel uitgeprint en gelezen vanaf papier. Een van de redenen hiervoor is dat lezen vanaf een computerscherm helemaal niet prettig is. Door de verversingsfrequentie van het scherm staat dit (voor ons onbewust) niet stil wat leidt tot vermoeidheid. Daarnaast is een computerscherm onder lichte omstandigheden slecht of soms helemaal niet leesbaar.

 

Sinds een jaar zijn E-book readers op de markt. Deze apparaten zijn speciaal ontwikkeld voor het lezen van elektronische documenten. Het grote verschil is de schermtechniek. Niet een actief back light scherm maar een statisch e-ink scherm maakt een wereld van verschil in de leeservaring. Bij een e-ink scherm wordt het scherm niet ververst (de pagina wordt 1 maal opgebouwd en blijft daarna staan) en is omgevingslicht nodig om de tekst te kunnen lezen.

 

Binnen het LUMC heeft een pilotonderzoek plaatsgevonden met deze E-book readers. De onderzoeksvraag was niet alleen of de apparatuur werkte, maar ook of studenten er wel wat aan hebben bij hun studieactiviteiten. We vonden dat de E-book reader een duidelijke waarde heeft voor activiteiten waarbij de student op meerdere plaatsen moet zijn. Bijvoorbeeld onderweg naar de universiteit en tussen activiteiten in. Door de E-book reader konden ze altijd en overal beschikken over al hun studieboeken, iets wat anders fysiek niet mogelijk zou zijn. Tijdens het voorbereiden van een tentamen bleek de E-book reader echter niet handig. De studenten gaven aan tijdens het studeren graag in meerdere bronnen tegelijk te kunnen zoeken en deze dan ook graag naast elkaar op het bureau uit te stallen.

 

De techniek van E-book readers verbetert continue en het zou voor de toekomst best een serieus alternatief kunnen gaan vormen voor de grote en vooral zware stapel studieboeken en artikelen die studenten tijdens hun studie te verwerken krijgen. Voor meer informatie: Peter de Jong, Onderwijs Expertise Centrum van het LUMC (p.g.m.de_jong at lumc.nl).

Bijdrage: Peter de Jong

Geneeskunde voert stemkastjes in

Bij de initiële opleidingen van het LUMC zijn in het afgelopen jaar stemkastjes ingevoerd. Met deze stemkastjes, die ongeveer zo groot zijn als een bankpasje, kunnen de studenten antwoord geven op multiple choice vragen die de docent voorlegt in een PowerPoint presentatie. De verdeling van de antwoorden die de studenten hebben gegeven, kan meteen grafisch worden getoond binnen de presentatie. De docent kan dan nader ingaan op juiste en onjuiste alternatieven. 

Stemkastjes zijn een mooi onderwijskundig gereedschap om interactie op gang te brengen tussen de docent en het publiek in de zaal. Studenten zijn duidelijk meer bij de les, meer betrokken bij de stof en veel meer bereid om een toelichting te geven op een gegeven antwoord, zelfs als dat wellicht een verkeerd alternatief is. Bij ethische kwesties biedt de anonimiteit van de stemkastjes grote voordelen, omdat lang niet iedereen openlijk voor zijn of haar mening of ervaring durft uit te komen. 

Het gebruik van stemkastjes neemt momenteel snel toe. Diverse onderwijsinstituten gaan over op de aanschaf van een stemsysteem, en ook tijdens congressen wordt de techniek veelvuldig toegepast. Voor meer informatie over het stemsysteem bij Geneeskunde kan men terecht bij Peter de Jong van het Onderwijs Expertise Centrum van het LUMC (p.g.m.de_jong at lumc.nl).

 

Fotografie: Ivar Pel

Bijdrage: Peter de Jong

Beoordelingsprocedure e-learning modules beschikbaar

Wanneer je meer wilt weten over de kwalitatieve beoordelingen van e-learning modules (in het medisch onderwijs), lees dan even verder.

PASTEL: het tweejarig project “Postacademische Accreditatie en Schaalvergroting van Toepassing van Electronische Leerobjecten” is afgerond op 1 januari 2009. In PASTEL is een beoordelingsprocedure ontwikkeld voor e-learning modules (medisch onderwijs).
Het project bouwt voort op het distributie systeem MedischOnderwijs.nl voor computer ondersteund onderwijs dat in eerdere SURF projecten is ontwikkeld en beoogt schaalvergroting van de inzet van dit systeem. De opschaling heeft geresulteerd in twee elkaar versterkende elementen, een organisatorische uitbreiding naar de postacademische opleidingen en een kwaliteitskeurmerk voor E-learning.

Het PASTEL project was een samenwerkingsproject tussen drie instituten voor Post Academische Onderwijs Geneeskunde (PAOG); de Boerhaave Commissie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Heyendael van het Universitair Medisch Centrum St Radboud en het Wenckebach Instituut van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het project werd uitgevoerd onder leiding van de afdeling Heelkunde Onderwijs van het LUMC en gesubsidieerd door SURF.

In bijgevoegd artikel staat uitgebreide informatie (zie attachment).

Voor meer informatie:
– Peter Bloemendaal : P.M.Bloemendaal@lumc.nl
– Sylvia Eggermont: S.Eggermont@lumc.nl

E-portfolio biedt structuur!

Interview met Mirjam van der Geur / Dick Fabery de Jonge van de opleiding Life Science & Technology, faculteit W&N. Dick Fabery de Jonge is opleidingscoördinator, Mirjam van der Geur is studieadviseur bij de Opleiding LST. Beiden zijn actief betrokken bij de invoering van het e-portfolio in studiejaar 2004 – 2005. 

foto dick fabery de jongeStudiejaar 2005 – 2006: invoering van het E-portfolio
De opleiding Life Science & Technology vindt het belangrijk om studenten vanaf de start goed te begeleiden. Al vanaf 2000 werkt de opleiding met een mentoraat. ‘Dat mentoraat kon wel wat meer body krijgen’, aldus Fabery de Jonge. ‘Eigenlijk was het mentoraat te vrijblijvend en te weinig gestructureerd, voegt studieadviseur van der Geur eraan toe. ‘We waren op zoek naar meer houvast.’ Zo ontstond het idee om een E-portfolio in te zetten waarin studenten vastleggen wat er gebeurt tijdens de mentorbijeenkomsten en in hun studie. Het mentoraat werd omgedoopt tot het vak ‘Oriëntatie op Studie en Beroep’. De mentorgroepjes maakte plaats voor OSB-groepjes. Tien groepjes van tien studenten, onder leiding van docenten of aio’s, gingen van start. Van der Geur: ‘Het werken met aio’s bevalt bijzonder goed. Er zijn aio’s die al drie jaar meedraaien. Aio’s weten echt waar ze het over hebben. Maar niet iedereen is er even geknipt voor. Je moet wel groepsprocessen kunnen en willen begeleiden.’ 

Continue reading