Eerste ervaringen met het Honours traject wijsbegeerte

interview met Jeroen van Rijen

 

Is jullie traject de eerste vorm van honours onderwijs bij wijsbegeerte?
Nee, zeker niet. Afgezien van twee succesvolle honours classes op het gebied van wetenschapstheorie georganiseerd door James McAllister, hadden we, en hebben we eigenlijk nog altijd, het BA honours research project. In dat kader kunnen uitstekende BA-studenten wijsbegeerte meewerken aan een onderzoeksproject van een van de stafleden. Alleen wordt van deze mogelijkheid zelden gebruik gemaakt. Een van de oorzaken daarvan is dat veel van onze echt goede studenten al dubbelstudenten zijn, of wanneer ze met wijsbegeerte gestart zijn, in het tweede of derde jaar met een tweede studie starten. Dan is er weinig tijd over voor honours elementen. 

Waarin verschilt het huidige honours traject van die vorige activiteiten?
Het belangrijkste verschil is dat het officiele traject wijsbegeerte in het Honours College niet open staat voor studenten wijsbegeerte. De deelnemende studenten komen verder uit elke faculteit. Het zijn  echte alfa’s, echte beta’s en echte gamma’s. Die grote disciplinaire verscheidenheid van de deelnemers klinkt door in alle discussies en maakt de onderwijsactiviteiten voor ons docenten en naar gelukkig blijkt ook voor de deelnemers op een speciale manier aantrekkelijk. 

Kun je kort aangeven wat er aan de orde komt in jouw traject? Wat maakt juist dit traject interessant voor studenten?
De doelstelling van dit traject hebben we indertijd als volgt omschreven: “Studenten die het traject wijsbegeerte hebben gevolgd, zijn in staat om met mensen van verschillende disciplinaire achtergrond helder, lucide en inspirerend te discussiëren over filosofische vragen van wetenschappelijke of maatschappelijke aard”. Dergelijke vragen komen bij studenten die doordenken altijd wel eens op, maar in hun gewone colleges kunnen ze die zelden of nooit aan de orde stellen. Ons traject biedt die mogelijkheid wel en voegt daar nog eens de diversiteit aan achtergronden van de discussiepartners als extra aan toe. Om deze doelstelling te realiseren, confronteren we de deelnemers met een reeks van uiteenlopende vragen naar vooronderstellingen van onze wetenschappelijke praktijk en van ons beeld van onszelf en van de wijze waarop we met anderen samenleven. In een inleidende crash course en nu in een seminar zijn dat de centrale discussiethema’s. Daarnaast volgen de deelnemers dit jaar enkele in overleg met hun talent coaches geselecteerde colleges ter voorbereiding van het afsluitende project in het derde jaar: het schrijven van een paper op het grensgebied van filosofie en hun eigen vakgebied, met bijbehorende verdediging tegenover onze eigen filosofiestudenten. 

Wat zijn je ervaringen tot nu met dit honours traject en hoe denken de andere docenten die bij jullie hieraan meewerken erover?
Om eerlijk te zijn was het in eerste instantie voor ons weer een van die klussen die we naast ons gewone werk er bij moesten doen omdat men op centraal niveau weer eens wat bedacht had, i.c. een Haags university college steunend op een Sirius-programma subsidie, in het kader waarvan ook voor de Leidse excellente studenten wat bedacht moest worden. Loyaal als we zijn, hebben we hier trouwhartig aan meegewerkt. En zie! Ook al is het voor ons nog steeds vooral vrije tijd werk, het blijkt nog erg leuk te zijn ook! Ik weet niet of het de toevallige samenstelling van deze groep is of dat we elk jaar zo’n cohort kunnen verwachten, maar deze studenten zijn niet alleen slim, maar ook intellectueel speels en nog geamuseerd en vrolijk op de koop toe.

Nieuwe Weblogomgeving

Begin volgend jaar zal de weblogomgeving migreren van het huidige B2Evolution naar WordPress. De keuze is op WordPress gevallen omdat het gebruikersvriendelijker is, het makkelijker wordt om blogs te importeren en te exporteren en omdat WordPress wereldwijd veel meer gebruikt wordt dan B2Evolution, waardoor er meer garantie is voor doorontwikkeling en aanpassingen aan en compatilbilteit met andere tools en web2.0 ontwikkelingen.

Gebruikers behouden hun bestaande blog, alleen de interface wordt anders.

Aansluitingsmodule studievaardigheden blijft

De aansluitingsmodule studievaardigheden, die leerlingen uit 4, 5 en 6 vwo kunnen volgen ter kennismaking met wetenschappelijk onderwijs, wordt opgenomen in het vaste aanbod van de aansluitingsprogramma’s vwo-wo van de Universiteit Leiden en de Technische Universiteit Delft.

Afronding project
Het SURF-project waarin de Aansluitingsprogramma’s vwo-wo van de Universiteit Leiden en de Technische Universiteit Delft gezamenlijk een aansluitingsmodule studievaardigheden hebben vervaardigd, is inmiddels afgerond. Beide universiteiten hebben besloten om deze module voorlopig gezamenlijk aan te blijven bieden met behoud van de bestaande website

Borrel
Om het project op gepaste wijze af te sluiten, de betrokkenen te bedanken voor hun medewerking en de nieuwe fase van samenwerking te vieren, wordt er een borrel georganiseerd voor iedereen die aan het project heeft mee gewerkt of belangstelling heeft voor de resultaten ervan. Het ontwikkelde materiaal kan tijdens de borrel ingezien worden en er zullen begeleiders uit de test- en pilotfase aanwezig zijn om hun ervaringen te delen.

Datum: woensdag 20 oktober 2010
Tijd: 16.00-18.00 uur
Locatie: Faculty Club, Rapenburg 73, Leiden (informatie over route en parkeren)
Aanmelding:  via Ratna Lachmansingh

Hoe krijg je een verbeterde aansluiting van internationale studenten op het Nederlandse hoger onderwijs?

Het aansluitings-issue van internationale studenten
Het aantal internationale studenten neemt jaarlijks met ongeveer 8% toe. Ook stijgt het aantal internationale studenten bij de Universiteit Leiden.
Het blijkt dat de internationale studenten vaak op twee aansluitingsonderwerpen problemen ondervinden:
*  ze hebben niet voldoende voorkennis (vakinhoudelijk. taal) en
*  ze zijn niet bekend met de cultuur van het Nederlandse hoger onderwijs.
Dit leidt tot studie-uitval in het eerste studiejaar en mindere integratie in de International classroom.

Project acculturatie: online oriëntatie op de Nederlandse onderwijscultuur
Om oplossingen te vinden is binnen het programma National Actieplan E-learning het project acculturatie gestart in 2008. Het project eindigt eind 2010.
Binnen het project zijn negen pilots uitgevoerd om buitenlandse studenten goed voor te bereiden op hun komst naar Nederland. Via een online omgeving kregen ze informatie en/of remedial courses aangeboden in combinatie met aansluiting op de academische onderwijscultuur. Alle online activiteiten vinden plaats voorafgaand aan de komst bij de opleiding in Nederland.

Leidse ervaringen
De opleiding Pedagogiek heeft een online premaster ontwikkeld en uitgevoerd. De studenten maakten een vergelijking van verschillende onderwijsculturen. Op deze wijze haalden studenten onderdelen van het vak Methoden en Technieken in. Ze werden online begeleid, zowel inhoudelijk als praktisch. Lees de opzet van deze premaster en bekijk het filmpje van een studente en de docente over hun ervaringen.

Aanbevelingen voor opleidingen
Wat leveren de negen pilots op voor het versterken van de aansluiting op het Nederlandse hoger onderwijs?

1. Online begeleiding of  contact:
Sommige buitenlandse studenten gaan een onzekere tijd tegemoet door in een ander land te gaan studeren. Zorg dus voor (online) begeleiding of contact, studenten willen graag zo snel mogelijk een antwoord op hun vragen of feedback op hun activiteiten. Contact of begeleiding kan gegeven worden door een docent, of door medestudenten (die ook naar Nederland gaan), of door Nederlandse studenten. Het feit dat ze al mensen kennen, schept (zelf)vertrouwen en neemt een stuk onzekerheid weg.
Voorbeelden uit het project acculturatie: het buddysysteem van de HsZuyd (derde filmpje)

2. Verwachtingsmanagement.
Wees expliciet in wat je van studenten verwacht, en hoe er gewerkt c.q. gestudeerd wordt in Nederland. In de pilots werd dit gedaan door informatieverstrekking, door buitenlandse studenten opdrachten te laten uitwerken zoals dit in Nederland gaat, door te laten zien hoe hier hoorcolleges in het Engels worden gegeven, door zelf te oefenen met Engels, door online groepswerk te doen en daarop te reflecteren.
Voorbeelden uit het project acculturatie: Technische Universiteit Delft, Universiteit Leiden en Universiteit Maastricht.

Met deze twee punten werk je als opleiding aan de ‘academic adjustment’ dat wil zeggen: de binding met de instelling, en aan bewustwording rondom de academische onderwijscultuur en de daarbij gevraagde kennis en vaardigheden en houding. Academic adjustment is (met enige voorzichtigheid gesteld) een goede voorspeller voor studiesucces van buitenlandse studenten in het eerste jaar (gemiddeld cijfer na 1 jaar, aantal ECTS punten naar 1 jaar).

Tot slot: wat je geeft krijg je terug?
Internationalisering is een belangrijk onderwerp voor de Universiteit Leiden. Het aantal studenten in de instroom van de Masters kan omhoog. Het werven van internationale studenten vraagt om een goede ontvangst, en die begint al met de voorbereiding van buitenlandse studenten voorafgaand aan de komst in Nederland. Hoe beter zij zijn voorbereid, hoe beter zij een beeld hebben hoe het studeren in Nederland gaat, hoe beter hun aansluiting is wat betreft voorkennis (vakinhoudelijk maar ook taal of onderzoeksvaardigheden), des te groter is de kans dat zij succesvol het eerste jaar doorlopen. Een goede begeleiding of contact is daarbij essentieel.

Nieuwsgierig? Klik voor meer informatie op: project acculturatie
Of  mail naar: Ria Jacobi

Succesvolle Upgrade Blackboard

Ongeveer anderhalf jaar geleden werd al begonnen met de voorbereiding van de ugrade van Blackboard. Universiteit Leiden zat nog op Blackboard versie 7.2 en die versie was verouderd, wat ook betekende dat support vanuit Blackboard voor het fixen van bugs was komen te vervallen. Het was dus tijd om actie te ondernemen. Daarnaast had Blackboard niet stilgezeten en waren er versies uitgekomen met nieuwe snufjes op het gebied van blogs, wiki’s, mashups en dergelijke.

Blackboard was in 2009 uitgekomen met versie Blackboard 9.0. Met de facultaire coordinatoren hebben we die versie al begin 2009 bekeken en gestest. Het zag er allemaal prachtig uit, maar helaas bleek de versie dusdanig instabiel dat in de zomer van 2009 besloten werd om dat jaar niet te upgraden. De meeste andere instellingen zagen om dezelfde reden ook af van een upgrade naar Blackboard 9.0, die zomer.

Blackboard werkte hard aan het oplossen van de instabiliteit en kwam uit met een versie 9.1. Wij begonnen met die versie een uitgebreid testtraject en de coordinatoren bereidden een trainingstraject voor de docenten voor. Iedereen zette zijn beste beentje voor om deze upgrade tot een succes te maken. Er was zelfs een landelijk initiatief om instructiekaarten te maken van de belangrijkste functies in de nieuwe versie. Een paar weken vóór de geplande upgrade waren wij klaar met onze voorbereidingen. Trainingsessies waren gepland, een trainingsmodule in Blackboard stond klaar, instructiefilmpjes waren gemaakt, op de Blackboard portal stond aangegeven dat de upgrade op handen was. Niets stond ons in de weg om deze upgrade tot een succes te maken….of toch? Ja wij hadden nog één probleem. De Blackboard 9.1 versie was enorm traag in combinatie met Internet Explorer. Die traagheid was zo ernstig dat er niet met met versie 9.1 te werken viel. Uiteraard was het probleem van de traagheid tijdig gemeld aan Blackboard en aangezien Blackboard compatibiliteit met Internet Explorer garandeerde hadden wij verwacht dat  het probleem van de traagheid gemakkelijk door Blackboard op te lossen was. Helaas was dit niet het geval en de tijd begon te dringen. Wat nu te doen? Een overleg met Blackboard werd belegd en ook met de coordinatoren werden de verschillende opties doorgesproken. Al snel werd duidelijk dat we wel zouden gaan upgraden omdat we immers op een verouderde versie zaten, maar niet naar Blackboard 9.1 wilden upgraden. Blackboard raadde ons aan om naar versie 9.0 te gaan upgraden. Die versie had in de loop van het jaar een aantal Service Packs gekregen en stabiliteit werd door Blackboard gegarandeerd. Natuurlijk wilden wij zelf ook nog testen of alles naar ons zin was. Als de wiedeweerga werd een verkort testtraject uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten daarvan werd besloten om inderdaad in het geplande weekend te gaan upgraden, maar dus niet naar versie 9.1 maar naar versie 9.0.

Inmiddels is de nieuwe Blackboard versie alweer 3 maanden in gebruik. The Blackboard PlumberNatuurlijk zitten in zo’n nieuwe versie altijd nog wat bugs en ondervinden we her en der nog kleine ongemakken. Over het geheel genomen zijn we echter tevreden over hoe de upgrade verlopen is en zijn we blij met Blackboard 9.0. De traagheid in combinatie met Internet Explorer doet zich ook in sommige functionaliteiten in Blackboard 9.0 voor, echter in veel mindere mate.

Van onze landelijke collega’s die wel op versie 9.1 zijn overgegaan heb ik gehoord dat ook zij problemen hebben met de combinatie van Blackboard 9.1 met Internet Explorer…..

Hopelijk vindt Blackboard binnenkort een oplossing voor de traagheid, zodat ook wij over kunnen stappen op versie 9.1. In die versie zitten immers alle mooie nieuwe snufjes zoals mashups en wiki’s en daar zouden we graag mee willen gaan werken.

Behoefteinventarisatie onder faculteiten op het gebied van digitaal toetsen

Van maart tot september hebben de faculteiten Rechten, Geesteswetenschappen, Sociale Wetenschappen en het LUMC met een projectleider van het ICLON samengewerkt aan een behoefteonderzoek. Ook was er nauw overleg met Vastgoed en ISSC. Het projectteam had een tweeledige opdracht:
1. een behoefteinventarisatie onder faculteiten op het gebied van digitaal toetsen, en
2. een beschrijving van de benodigde maatregelen voor implementatie en de kosten die daarmee gemoeid zijn.  

Begin septemer is het eindrapport van het projectteam besproken in de projectstuurgroep. Het rapport bevat naast een beschrijving van de behoeften, een kostenraming en de beschrijving van verschillende scenario’s ook aanbevelingen voor een vervolgaanpak. De algemene conclusie luidt dat de behoefte om over te gaan op digitaal toetsen breed wordt gedeeld. Daarvoor vormt een locatie waar in grote groepen digitale toetsen kunnen worden afgenomen een randvoorwaarde.  

Op basis van de adviezen wordt momenteel gewerkt aan een vervolgprojectplan. Daarin is opgenomen:
          een concreet exploitatieplan voor een toetslocatie
          experimenten met digitale afname van tentamens in pilotprojecten van verschillende faculteiten.  
Het overleg van onderwijsportefeuillehouders van alle faculteiten staat achter het belang van dit vervolgproject.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met waarnemend ICTO programmamanager Marja Verstelle.

Leiden dingt met 5 voorstellen mee in landelijke tender Digitaal Toetsen

 15 september was de deadline voor het inzenden van projectvoorstellen voor de tender van SURFfoundation: Toetsen en Toetsgestuurd Leren. Meer studiesucces en minder werkdruk in het hoger onderwijs met behulp van (digitaal) toetsen. De beoordeling van de inzendingen is belegd bij de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF.

Deelname vanuit Leiden

De universiteit Leiden neemt deel aan 5 projectvoorstellen. Bij één daarvan is Leiden penvoerder. Betrokken faculteiten en instituten bij de vijf voorstellen zijn: FSW, LUMC, Fenestra Disability Centre, UB en ICLON.  

De projectvoorstellen in vogelvlucht

1.      Oog voor Toetsen

Onderzoek naar toegankelijkheid van digitaal toetsen bij mensen met lees- of leerbeperking, tbv verminderen studievertraging en studieuitval voor deze doelgroep. Vanuit de universiteit Leiden zijn betrokken: Fenestra Disability Centre en ICLON. 

2.      Assess4success    

Formatieve toetsing van buitenlandse studenten om studieuitval te verminderen voor deze doelgroep. Vanuit de universiteit Leiden zijn betrokken: FSW en ICLON.  

3.      Van Pionier naar Mainstream        

Professionalisering en ondersteuning van docenten bij inzet van digitaal toetsen, o.a. ter bevordering van tussentijds toetsen. Vanuit de universiteit Leiden zijn betrokken: FSW en ICLON. 

4.      Toetsgestuurd leren van informatievaardigheid   

Vergroten informatievaardigheid door toetsing t.b.v. studiesucces en verlagen werkdruk docenten. Vanuit de universiteit Leiden is betrokken: UB. 

5.      VGTogether

Voortgangstoets medisch onderwijs efficiënter ondersteunen via digitaal systeem. Businessmodel opzetten waardoor het systeem ook voor andere domeinen beschikbaar komt. Vanuit de universiteit Leiden is betrokken: LUMC. 

Tot slot

De uitslag is eind november bekend. 

E-coach: Studiesucces en een prettig studieklimaat

Het E-Merge project E-coach richt zich op het automatisch stimuleren van de studievoortgang van studenten en het verstrekken van informatie hierover aan studiebegeleiders. Het project had voor Leiden voornamelijk de doelstelling om na te gaan wat er mogelijk is op dit gebied met Campus Solutions. In 2009 is het project ingebracht in het studieadviseurs overleg geneeskunde, waarna een inventariserend gesprek heeft plaatsgevonden met de studieadviseurs. Hieruit kwam als één van de belangrijkste punten waarop een studieadviseur tijdswinst zou kunnen boeken naar voren, dat er een overzicht zou moeten bestaan waarin de adviseur direct kan zien welke student op het moment achterloopt of juist goed presteert ten opzichte van zijn groep. Hiermee kunnen de studieadviseurs meer tijd besteden aan persoonlijke aandacht en zich beter richten op waar deze het hardst nodig is. In tweede instantie kan deze aandacht ook uitgebreid worden met meer automatisch gegenereerde ondersteuning (e-coaching), zoals stimulerende of waarschuwende email naar studenten met studievoortgangproblemen.

In een vroeg stadium was aan het inrichtingsdocument van Campus Solutions al te zien dat hierin voldoende informatie in tabelvorm opgeslagen zal worden om aan deze zoekvraag tegemoet te kunnen komen. De vraag is alleen, hoe krijg je deze informatie er weer in een werkbare vorm uit? De oplossing ligt in het implementeren van de juiste zoekvraag als een zogenaamde query, die op ieder gewenst tijdstip op de Campus Solutions database gedraaid kan worden. Eerst op initiatief van de studieadviseur, maar idealitair op gezette tijden en automatisch, waarbij de studieadviseur het resultaat bijvoorbeeld maandelijks krijgt toegestuurd per email.

Het meest voor de hand liggend lijkt het om een geordend overzicht te genereren van het aantal behaalde studiepunten van een student binnen een groep. Meer inzicht geeft het wanneer dit aantal gerelateerd wordt aan het maximaal te behalen aantal studiepunten tot nu toe (absolute voortgang). Wanneer niet alleen de huidige stand van zaken wordt weergegeven, maar ook de verandering daarin in de tijd (relatieve voortgang), geeft dit ook inzicht in de verandering in studieprestatie. Een geordend overzicht van de studenten met de meeste verandering in studieprestatie naar de minste verandering, geeft een studieadviseur de mogelijkheid zich te richten op de studenten die recent minder zijn gaan presteren, of juist een achterstand aan het inhalen zijn.  Dit levert zowel inzicht in studenten die opeens studieproblemen hebben gekregen, alsook inzicht in probleemstudenten die aan het herstellen zijn (relatieve voortgang t.o.v. de groep).

Bij de ingebruikname van Campus Solutions in april 2010, konden nog geen beloften gedaan worden over de termijn waarop extra verzoeken, zoals de E-coach query, geïmplementeerd konden worden. Daarom is besloten deze query door de E-coach medewerkers van het LUMC van de projectgroep zelf te laten ontwikkelen. Er is deelgenomen aan een speciale training voor het maken van queries in Campus Solutions en inmiddels is de toegang binnen de productieomgeving geregeld. De documentatie van de tabellen, die ter beschikking staan bij het maken van een query is echter nog niet compleet. Hierdoor is het lastig te overzien waar de benodigde informatie precies is opgeslagen en of deze informatie compleet is. Pas wanneer de documentatie beschikbaar komt, kunnen de queries definitief ontwikkeld worden en beschikbaar worden gesteld aan studieadviseurs.

Door andere faculteiten werd al een soortgelijk verzoek tot implementatie van een zoekvraag ingediend bij Campus Solutions. Met de ervaringen uit dit project kan een vervolgtraject ingezet worden, waarin de eerste versie van de e-coach query verbeterd en daadwerkelijk ingezet kan worden.

GoogleApps pilot bij Godsdienstwetenschappen

 Hoe kan je GoogleApps inzetten in het onderwijs? Hoe zijn idealen over online samenwerking te verwezenlijken? Kan een Google discussiegroep gebruikt worden in aanvulling op of zelfs in plaats van Blackboard?

Om op deze vragen een antwoord te vinden is het  Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen een pilot gestart waarbij het reguliere onderwijs wordt ondersteund met Google Apps. Het betreft een master college op het gebied van het Oude Testament, dat wordt gegeven door Wido van Peursen.

Verschillende toepassingen worden uitgeprobeerd: gezamenlijk werken aan documenten; het gebruik van chat als er sprake was van synchrone samenwerking; het gebruik van een Google discussiegroep voor communicatie (discussie, email); en het gezamenlijk werken aan een website-tekst die ondersteund wordt door afbeeldingen die op internet te vinden zijn.

We hadden een aantal problemen van technische aard. Zo hadden een aantal deelnemers besturingssystemen of browsers op hun computer die GoogleDocs niet ondersteunden en hebben wij, bij gebrek aan een geschikt universitair domein, een eigen groep met pesoonlijke gmail accounts aangemaakt. Verder is het ons tot op heden niet gelukt om vreemde talen die van rechts naar links geschreven worden goed in beeld te krijgen. In ons vakgebied toch echt essentieel! Andere zaken willen we nog onderzoeken, bijvoorbeeld de vraag hoe we GoogleBooks kunnen integreren in onze discussie-omgevingen.

We liepen ook tegen hele praktische zaken aan. Bijvoorbeeld: iedereen nam een print van de gezamenlijke documenten mee naar het college, maar een ieder zat dan met een verschillende versie voor zich, afhankelijk van het tijdstip waarop hij/zij het had uitgeprint. Of: een document was inmiddels zo groot geworden dat twee deelnemers niet in de gaten hadden dat ze over het zelfde onderwerp op verschillende plaatsen een passage hadden toegevoegd, waardoor die niet op elkaar afgestemd waren.

Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Tussentijds kunnen we wel alvast waarnemen dat de grootste voordelen van GoogleDocs liggen in de mogelijkheid om gezamenlijk iets op te bouwen, zonder het gevaar dat er versies door elkaar kan lopen, en dat de meest recente versie van de documenten altijd en overal beschikbaar is. Door de input van alle deelnemers (inclusief de docent en enkele deelnemende promovendi) en de discussie die juist door de samenwerking opgeroepen wordt, ontstaan er gezamenlijke papers van een hoge kwaliteit. De andere tools die wij gebruikt hebben, bijvoorbeeld voor communicatie en discussie, werken ook prima, maar in deze fase kunnen wij nog niet vaststellen hoe deze zich verhouden tot bijvoorbeeld de communicatie-instrumenten in Blackboard.

Naast deze toepassing in het onderwijs loopt er een onderzoek naar het gebruik van Google Apps of andere online collaboration tools ter vervanging van de teamsite van het NWO-project Turgama, die nu is ondergebracht bij de teamsites van SURF. SURF heeft namelijk aangekondigd haar dienstverlening op dit gebied stop te zetten. Het is de bedoeling dat beide deelprojecten aan het eind van dit kalenderjaar een aantal duidelijke conclusies opleveren over het gebruik van online collaboration tools in onderwijs en onderzoek.