Hoe krijg je een verbeterde aansluiting van internationale studenten op het Nederlandse hoger onderwijs?

Het aansluitings-issue van internationale studenten
Het aantal internationale studenten neemt jaarlijks met ongeveer 8% toe. Ook stijgt het aantal internationale studenten bij de Universiteit Leiden.
Het blijkt dat de internationale studenten vaak op twee aansluitingsonderwerpen problemen ondervinden:
*  ze hebben niet voldoende voorkennis (vakinhoudelijk. taal) en
*  ze zijn niet bekend met de cultuur van het Nederlandse hoger onderwijs.
Dit leidt tot studie-uitval in het eerste studiejaar en mindere integratie in de International classroom.

Project acculturatie: online oriëntatie op de Nederlandse onderwijscultuur
Om oplossingen te vinden is binnen het programma National Actieplan E-learning het project acculturatie gestart in 2008. Het project eindigt eind 2010.
Binnen het project zijn negen pilots uitgevoerd om buitenlandse studenten goed voor te bereiden op hun komst naar Nederland. Via een online omgeving kregen ze informatie en/of remedial courses aangeboden in combinatie met aansluiting op de academische onderwijscultuur. Alle online activiteiten vinden plaats voorafgaand aan de komst bij de opleiding in Nederland.

Leidse ervaringen
De opleiding Pedagogiek heeft een online premaster ontwikkeld en uitgevoerd. De studenten maakten een vergelijking van verschillende onderwijsculturen. Op deze wijze haalden studenten onderdelen van het vak Methoden en Technieken in. Ze werden online begeleid, zowel inhoudelijk als praktisch. Lees de opzet van deze premaster en bekijk het filmpje van een studente en de docente over hun ervaringen.

Aanbevelingen voor opleidingen
Wat leveren de negen pilots op voor het versterken van de aansluiting op het Nederlandse hoger onderwijs?

1. Online begeleiding of  contact:
Sommige buitenlandse studenten gaan een onzekere tijd tegemoet door in een ander land te gaan studeren. Zorg dus voor (online) begeleiding of contact, studenten willen graag zo snel mogelijk een antwoord op hun vragen of feedback op hun activiteiten. Contact of begeleiding kan gegeven worden door een docent, of door medestudenten (die ook naar Nederland gaan), of door Nederlandse studenten. Het feit dat ze al mensen kennen, schept (zelf)vertrouwen en neemt een stuk onzekerheid weg.
Voorbeelden uit het project acculturatie: het buddysysteem van de HsZuyd (derde filmpje)

2. Verwachtingsmanagement.
Wees expliciet in wat je van studenten verwacht, en hoe er gewerkt c.q. gestudeerd wordt in Nederland. In de pilots werd dit gedaan door informatieverstrekking, door buitenlandse studenten opdrachten te laten uitwerken zoals dit in Nederland gaat, door te laten zien hoe hier hoorcolleges in het Engels worden gegeven, door zelf te oefenen met Engels, door online groepswerk te doen en daarop te reflecteren.
Voorbeelden uit het project acculturatie: Technische Universiteit Delft, Universiteit Leiden en Universiteit Maastricht.

Met deze twee punten werk je als opleiding aan de ‘academic adjustment’ dat wil zeggen: de binding met de instelling, en aan bewustwording rondom de academische onderwijscultuur en de daarbij gevraagde kennis en vaardigheden en houding. Academic adjustment is (met enige voorzichtigheid gesteld) een goede voorspeller voor studiesucces van buitenlandse studenten in het eerste jaar (gemiddeld cijfer na 1 jaar, aantal ECTS punten naar 1 jaar).

Tot slot: wat je geeft krijg je terug?
Internationalisering is een belangrijk onderwerp voor de Universiteit Leiden. Het aantal studenten in de instroom van de Masters kan omhoog. Het werven van internationale studenten vraagt om een goede ontvangst, en die begint al met de voorbereiding van buitenlandse studenten voorafgaand aan de komst in Nederland. Hoe beter zij zijn voorbereid, hoe beter zij een beeld hebben hoe het studeren in Nederland gaat, hoe beter hun aansluiting is wat betreft voorkennis (vakinhoudelijk maar ook taal of onderzoeksvaardigheden), des te groter is de kans dat zij succesvol het eerste jaar doorlopen. Een goede begeleiding of contact is daarbij essentieel.

Nieuwsgierig? Klik voor meer informatie op: project acculturatie
Of  mail naar: Ria Jacobi

2010 wordt geen rustig jaar

Daar staan we dan weer, aan het begin van een nieuw kalenderjaar, en –volgens sommigen– aan het begin van een nieuw decennium. Maar laat ik niet hardop mijn hoofd breken over de vraag of het tweede decennium van deze eeuw op 1 januari jongstleden is begonnen dan wel precies één jaar later begint. Er is eindelijk weer eens werk aan de winkel in ICTO-land. Tot het allerlaatste moment bleef het vorig jaar spannend: zouden de ingediende ICTO-projectvoorstellen wel of niet gesubsidieerd worden uit het universitaire ICT-vernieuwingsfonds? Ja, is dus het antwoord. Dit jaar gaan we door met het E-merge project Instroom in de master: de juiste student op de juiste plaats en beginnen we aan een heuse pilot Rich Media. Verder gaan we nauwkeurig in kaart brengen wat er mogelijk en nodig is om digitaal toetsen kwantitatief en kwalitatief naar een hoger plan te tillen.

ICTO is dus toch niet dood, al heeft het daar de afgelopen jaren wel een beetje naar uitgezien. Klaarblijkelijk was er een denkpauze nodig alvorens breed beseft kon worden dat ICT-toepassingen ook de komende tijd een nuttige bijdrage kunnen leveren aan belangrijke strategische doelen, zoals vergroting van studiesucces en het aantrekken van meer nationale en internationale studenten. Dat ICT geen wondermiddel is, is inmiddels genoegzaam bekend. Dat door de invoering van ICT kosten worden bespaard evenzeer. In ICT moet dus geïnvesteerd worden en natuurlijk past het daarbij een winst-en-verliesrekening op te maken.

Naast inhoudelijke vernieuwing worden dit jaar ook op het terrein van beheer en ondersteuning belangrijke activiteiten gepland. In de zomer verwachten we in één keer over te stappen van Blackboard 7.2 naar Blackboard 9.1. Essentieel hierbij is dat de 9.1 versie op tijd voor testdoeleinden beschikbaar komt én stabiel en betrouwbaar blijkt te zijn. Vanuit Leiden hebben we de firma Blackboard nog maar eens duidelijk te verstaan gegeven dat ze echt op korte termijn met hun 9.1 product af moeten komen: de zomerperiode is immers de enige periode waarin onze faculteiten een belangrijke wijziging van het Blackboardsysteem kunnen velen. Nu maar hopen dat die Amerikanen luisteren, ook naar ons.

Zoals CvB vice-voorzitter Te Beest al eerder zei voor de verzamelde troepen in de Oude UB tijdens de nieuwjaarskoffie: “2010 wordt geen rustig jaar.” Nou heb ik geloof ik nooit gedacht dat het nieuwe jaar rustiger dan het oude jaar zou worden, maar ik denk hoe dan ook dat Te Beest gelijk had. In 2010 staat werkelijkvan alles te gebeuren. Ik vind dat wel een mooi vooruitzicht. Laten we dan van de start van de jaren tien (het decenniumvraagstuk en passant omzeilend) maar gelijk een bruisend geheel maken.

Geschreven door: Marc Dupuis

Nieuwe AV installatie in collegezalengebouw in de Gorlaeus Laboratoria

De Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen en de Faculteit Sociale Wetenschappen hebben samen geïnvesteerd in de modernisering van het collegezalengebouw in de Gorlaeus Laboratoria. De vier zalen met een totale capaciteit van 1300 personen zijn in de afgelopen maanden voorzien van een nieuwe AV installatie ten behoeve van het onderwijs. Bij het uitwerken van deze installatie stonden een aantal uitgangspunten centraal: optimale omstandigheden voor hoorcolleges, gebruikersgemak en duurzaamheid. Zo schakelt de apparatuur, verlichting en ventilatie in elke zaal automatisch uit wanneer de zaal niet in gebruik is. Daarmee wordt zowel de levensduur van de apparatuur verlengd als de nodige energie bespaard.

In alle collegezalen beschikt de docent over een SMART Sympodium touchscreen wat zowel annotatie als de controle over alle zaalfuncties vanaf een scherm toelaat. Als bronnen zijn er een vaste pc, een laptop aansluiting, Blu Ray speler en in collegezalen 1 en 4/5 een documentcamera aanwezig. Alle zalen zijn voorzien van een nieuw projectiescherm en audio installatie. Daar waar in het verleden de docent soms slecht verstaanbaar was is dit probleem nu van de baan. In alle collegezalen zijn de zaalverlichting en ventilatie vernieuwd. De zaalverlichting is in alle zalen verdeeld in groepen die individueel te bedienen zijn zodat projecties goed leesbaar zijn en tegelijk studenten in de zaal bij voldoende licht notities kunnen maken.

Pronkstuk is collegezaal 4/5 met een capaciteit van 700 personen. Omwille van de vormgeving van de zaal, die zeer breed is, zijn twee Barco NH10 HD beamers opgehangen die op het projectieoppervlak van 12 bij 4 meter een dubbel beeld projecteren voor een optimale zicht- en leesbaarheid vanaf elke plek in de zaal. Daarnaast is collegezaal als eerst op de universiteit voorzien van een volledig geautomatiseerd systeem om colleges zowel live als on demand te streamen. Deze opstelling past binnen het Rich Media project wat de universiteit nu in pre-pilot heeft opgestart. Om goede opnames te kunnen maken en tegelijk toch op een normale manier college te kunnen geven is een aparte lichtinstallatie voorzien die de docent voldoende aanlicht zonder de projectie te verstoren.  Indien nodig kan het college in collegezaal 4/5 met een druk op de knop Picture in Picture naar een of meerdere collegezalen naar keuze worden gestuurd zodat groepen groter dan 700 gelijktijdig het college kunnen volgen. De opnames zelf worden gemaakt door een HD camera voor een optimale beeldkwaliteit. De camera is voorzien van een vaste instelling maar kan tevens door getraind personeel manueel worden bediend, bijvoorbeeld bij lezingen of andere evenementen.

Met deze vernieuwing waarvan de enigeering twee jaar geleden is gestart beschikken de gebruikers van de collegezalen in het Gorlaeus over een gebruiksvriendelijke onderwijsfaciliteit die ook in de vernieuwde collegezalen in het Sylvius, waar de Leidse biologen  onlangs hun intrek hebben genomen, zal worden geïnstalleerd.

FSW en FWN kunnen gratis gebruik maken van de faciliteiten (vanwege de gedane investeringen). Andere faculteiten betalen een bedrag op basis van gebruik. Voor informatie over zaalgebruik kan men terecht bij de receptie van het Gorlaeus. Voor specifiek technische vragen kan men terecht bij Johan Detollenaere.


 

E-learning voor het skillslab

Op het gebied van chirurgische vaardigheden en voorbehouden handelingen komt landelijk steeds meer E-learning beschikbaar. Binnen het LUMC worden deze nieuwe E-learning modules ontwikkeld door de afdeling Heelkunde onderwijs. Het uitgangspunt is hierbij dat een AIOS, co-assistent of verpleegkundige zich in ongeveer 20 minuten zelfstandig kan voorbereiden op een specifieke chirurgische vaardigheid of verpleegkundige handeling. 

Na de theoretische voorbereiding wordt de vaardigheid onder begeleiding getraind in het skillslab. De medewerker van het skillslab kan voorafgaand aan de training een digitaal overzicht oproepen van de deelnemers, om te controleren of deze zich afdoende hebben voorbereid.Wanneer de deelnemer zich vaardig heeft getoond in het skillslab, kan de vaardigheid onder begeleiding in de praktijk worden toegepast.

De volgende modules zijn (of komen binnenkort) beschikbaar opMedischOnderwijs.nl:
*          Venapunctie
*          Inbrengen van een perifeer infuus
*          Inbrengen van een maagsonde
*          Inbrengen van een blaascatheter
*          Inbrengen van een thoraxdrain
*          Inbrengen van een centraal veneuze lijn
*          Inbrengen van een intraossaal infuus
*          Inbrengen van een trocart voor endoscopisch onderzoek

*          Hechten en knopen

Meer weten, u kunt terecht bij Peter Bloemendaal (P.M.Bloemendaal@lumc.nl)

 

 

Instroom in de Master via online introductiemodules

Aansluitings- en instroomprojecten zijn op dit moment erg ‘hot’. De instromende studenten worden steeds diverse waardoor de vraag rijst of de kennis en het nivo van deze studenten voldoende is. Graag wil de Universiteit dat studenten een goede keuze kunnen maken voor hun opleiding. Enkele projecten zijn daartoe opgezet.

Eén project, in E-Merge verband, is:‘Instroom in de Master’. De vier E-Merge instellingen (Haagse Hogeschool. Hogeschool Leiden, Technische Universiteit Delft en de Universiteit Leiden) ontwikkelen online introductiemodules en laten via de online beschikbare materialen zien hoe het onderwijs van de instelling eruit ziet. We zijn dus bezig met het maken van Open Course Ware (OCW). Hierbij kunnen we veel leren van de TUD (http://ocw.tudelft.nl/) en de OU (http://www.opener.ou.nl). Zij hebben al vele cursussen online staan. 

Het project levert twee hoofdresultaten op aan het einde van de projecttijd (eind augustus 2010). Allereerst het ontwerp van een sjabloon, in de vorm van een ‘toolkit’, voor de opzet van hoogwaardige virtuele introductiemodules. En daarnaast de beschikbaarstelling en publicatie van een viertal concreet uitgewerkte online introductiemodules. Dit betekent de daadwerkelijke toepassing van het sjabloon.

Binnen de Universiteit Leiden doen alle vijf faculteiten mee, elk met 1 online introductiemodule voor een masteropleiding. Op 1 oktober is de startbijeenkomst.  

Wilt u op de hoogte blijven dan kunt u informatie krijgen via Marc Dupuis (bestuursbureau) (mc.dupuis@bb.leidenuniv.nl)  Ria Jacobi (ICLON) (rjacobi@iclon.leidenuniv.nl).

Rich Media

Het was de bedoeling om een serieuze ICTO-beleidsagenda op te stellen. Ik bedoel een document waaraan de faculteiten en het College van Bestuur zich committeren en dat vervolgens gebruikt wordt om claims te leggen op het vernieuwingsfonds om een aantal strategisch belangrijke (jawel!) projecten te doen. Let op de verleden tijd in de eerste zin. Komt die agenda er dan nu ineens niet meer? Ja en nee. Dingen willen nog wel eens anders gaan dan lange tijd gedacht en gepland werd. Na veel discussie binnen het Bestuursbureau is ten slotte voor een primair pragmatische aanpak gekozen.

Een strategisch document, waar het ook over gaat, zal langs de hoogste kanalen moeten gaan voor er een definitieve klap op gegeven kan worden. Dat is zowel logisch als lastig. Lastig is het omdat een dergelijke route meestal tijdrovend is. En tijd is nou net iets wat we niet altijd hebben of willen hebben.

Directe aanleiding voor de genoemde pragmatische aanpak op korte termijn is het feit dat in de faculteiten een snel groeiende vraag naar, en enthousiasme over, het gebruik van rich media te bespeuren valt. Moderne hardware- en softwareoplossingen maken het mogelijk om op een gebruikersvriendelijke (lees: docentvriendelijke) wijze colleges, werkgroepen, demonstraties en andere bijeenkomsten op video op te nemen terwijl ook de ondersteunende powerpoints, filmpjes, plaatjes of geluidsfragmenten aan de video-opname gehangen worden. Resultaat: een video stream of vodcast die de kijker (lees: student) in staat stelt de bijeenkomst online of offline bij te wonen, zonder verlies van relevante informatie. Het gaat dus om videomateriaal dat is verrijkt met ondersteunende informatie, vandaar de term rich media.

Waarom willen we verrijkte video’s?  Studenten kunnen bijvoorbeeld, terwijl ze zich voorbereiden op een tentamen, nog eens terugkijken naar een bepaald hoorcollege (en we weten dat ze dat ook echt doen). Part-time studenten of studenten die ziek waren en een sessie gemist hebben, krijgen de kans hun verzuim goed te maken. Docenten waren nog niet zo lang geleden bang dat studenten massaal weg zouden blijven wanneer hun colleges ingeblikt worden. Maar die vrees is grotendeels onterecht (en ook dat is bekend, uit diverse onderzoeken).  Inmiddels staan steeds meer docenten te trappelen om zich te laten opnemen.

De situatie binnen onze universiteit is zo dat we begonnen zijn met een voorproefje (letterlijk). Geruggesteund door snelgroeiend draagvlak binnen de faculteiten wordt vanuit het Bestuursbureau op dit moment een pre-pilot project ondersteund dat breed binnen de instelling wordt uitgevoerd. Wat is er nu mooier dan een ontwikkeling die binnen de faculteiten ontstaat? Laat zulke ontwikkelingen nu maar in grote lijnen de ICTO-beleidsagenda bepalen. Als ze bovendien goed aansluiten bij het nieuwe instellingsplan Inspiratie en groei, dan komt de ICTO-beleidsagenda er bijna vanzelf wel. Later. Ooit.

Deze bijdrage is van Marc Dupuis

Inkijkje ‘Leidse keuken’

In de universiteit is de laatste tijd hard gewerkt aan een nieuw instellingsplan, een strategisch document dat de ambities van onze instelling weergeeft. Het nieuwe plan moet de opvolger worden van Kiezen voor talent, dat al weer enkele jaren geleden gepubliceerd is. Eén van de ambities in het nieuwe instellingsplan betreft de vergroting van ons marktaandeel. Met name voor onze masteropleidingen geldt dat we gemiddeld genomen graag meer studenten zouden willen zien instromen. Uit eigen land, maar vooral ook uit het buitenland.

 

Niet verrassend misschien is gaandeweg het idee ontstaan om de instroom van masterstudenten te helpen toenemen door gebruik te maken van e-learning. Kort samengevat komt het idee erop neer dat we potentiële studenten die onze universiteit gezocht of gevonden hebben op het web, vast een representatief maar voorlopig nog wel geheel virtueel kijkje in de Leidse keuken geven. De verwachting is dat potentiële Leidse studenten het aardig en nuttig vinden om vast op afstand, dus voor ze naar Leiden komen, aan den lijve te ondervinden wat voor onderwijs er hier te halen is. Hoe ziet het Leidse onderwijs eruit? Wie zijn onze coryfeeën? Waarom zou je nu juist voor een masteropleiding in Leiden kiezen? Op dit soort vragen moet onze wijdverspreide doelgroep online antwoord krijgen.

 

Het vergezicht is een collectief van masteropleidingen die alle door middel van een gratis toegankelijke introductiemodule online beproefd kunnen worden door geïnteresseerde studenten waar ook ter wereld die zich oriënteren op een vervolgstudie aan een toonaangevende universiteit in Europa. In eerste instantie echter willen we ons richten op een aantal geselecteerde masteropleidingen in onze universiteit, die met steun van het ICTO-consortium E-merge, de eerste online introductiemodules gaan opleveren.

 

Spannend? Jazeker, vooral omdat we tevoren niet precies kunnen vaststellen wat de effecten van deze modules zullen zijn. In het meest pessimistische scenario investeren wij nu in gratis toegankelijke modules die door ons onbekende studenten gevolgd worden om straks bij de buren verder te studeren. Maar ik prefereer een optimistische benadering. Laten we nu aan de slag gaan om kosteloos kwalitatief hoogwaardig onderwijsmateriaal aan te bieden aan individuele, aanvankelijk anonieme gebruikers die vervolgens besluiten om zich als student in te schrijven voor een masteropleiding van de Universiteit Leiden. Dát klinkt een stuk aangenamer, en wat mij betreft ook realistisch.

 

Bijdrage: Marc Dupuis

Beoordelingsprocedure e-learning modules beschikbaar

Wanneer je meer wilt weten over de kwalitatieve beoordelingen van e-learning modules (in het medisch onderwijs), lees dan even verder.

PASTEL: het tweejarig project “Postacademische Accreditatie en Schaalvergroting van Toepassing van Electronische Leerobjecten” is afgerond op 1 januari 2009. In PASTEL is een beoordelingsprocedure ontwikkeld voor e-learning modules (medisch onderwijs).
Het project bouwt voort op het distributie systeem MedischOnderwijs.nl voor computer ondersteund onderwijs dat in eerdere SURF projecten is ontwikkeld en beoogt schaalvergroting van de inzet van dit systeem. De opschaling heeft geresulteerd in twee elkaar versterkende elementen, een organisatorische uitbreiding naar de postacademische opleidingen en een kwaliteitskeurmerk voor E-learning.

Het PASTEL project was een samenwerkingsproject tussen drie instituten voor Post Academische Onderwijs Geneeskunde (PAOG); de Boerhaave Commissie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Heyendael van het Universitair Medisch Centrum St Radboud en het Wenckebach Instituut van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het project werd uitgevoerd onder leiding van de afdeling Heelkunde Onderwijs van het LUMC en gesubsidieerd door SURF.

In bijgevoegd artikel staat uitgebreide informatie (zie attachment).

Voor meer informatie:
– Peter Bloemendaal : P.M.Bloemendaal@lumc.nl
– Sylvia Eggermont: S.Eggermont@lumc.nl